Standaardrapportage patiëntenzorg

De Standaardrapportage Patiëntenzorg bestaat uit zes hoofdstukken. Op deze pagina is zijn van elk hoofdstuk voorbeelden van case-mix informatie gegeven met fictieve data.

Volumes van informatie over zorgproducten en patiënten. De volumes worden gepresenteerd op verschillende manieren, zoals trends (afgelopen vierentwintig maanden), prognoses, onderscheid tussen nieuwe en bestaande patiënten, speerpunten en niet-speerpunten, etc.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

Figuur 1.1 (*) toont het huidige en geprognosticeerde aantal DBC’s in het lopende jaar. Het werkelijke aantal initiële DBC’s kan worden vergeleken met het voorgaande jaar. Op ziekenhuisniveau, kan het aantal geprognosticeerde DBC’s worden vergeleken met afspraken met zorgverzekeraars en kan aanleiding geven tot stijgen of dalen volumes te geven.

Figuur 1.2 (*) toont het aantal geopende DBC’s van de afgelopen twaalf maanden, uitgesplitst naar initiële en de vervolg DBC’s. Het aantal initiële DBC heeft betrekking op patiënten met een nieuwe zorgvraag, het aantal vervolg DBC’s met een bestaande zorgvraag.

Figuur 1.3 (*) toont per maand (x-as) het aantal geopende DBC’s (y-as), uitgesplitst naar type AMC speerpunt en niet-speerpunt (in donkerblauw) gebroken. Het geeft inzicht of het beoogde strategische doelen worden gerealiseerd.

Figuur 1.4 (*) toont voor operatieve ingrepen waarvoor minimumvolumes zijn gedefinieerd door de beroepsgroepen/ of verzekeraar, de prognose van de volumes in 2013 ten opzichte van de minimum-volumes. Als de prognoses van volumes hoger zijn dan de minimumvolumes is de kleur groen, anders rood

(*) Alle figuren bevatten fictieve data

Informatie over de kenmerken van de patiënten die worden behandeld, zoals reisafstand naar het ziekenhuis, de leeftijd, soort verwijzer en het aantal betrokken medische specialismen. Deze kenmerken werden geselecteerd omdat ze een indicator kunnen zijn voor de complexiteit van zorg.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

Figuur 2.1 (*) laat zien wie de patiënten heeft verwezen patiënten naar het AMC: huisartsen, andere ziekenhuizen, interne verwijzers, enz. Deze gegevens worden ook gebruikt om de complexiteit van de zorg te bepalen.

Figuur 2.2 (*) toont de gemiddelde reisafstand van de patiënten. Het geeft inzicht in de herkomst van de patiënten voor wie de afgelopen twaalf maanden heeft een DBC is gestart. De reisafstand is onderverdeeld in de volgende categorieën: Amsterdam Zuid-Oost, regio Amsterdam, regio Noordwest Nederland, andere delen van Nederland.

2.1

2.2

Figuur 2.3 (*) toont een kaart van Nederland met de woonplaatsen van alle patiënten waarvoor één of meer DBC’s was geopend in het afgelopen jaar. De kleur toont per gemeente het aantal patiënten.

In figuur 2.4 (*) is het gemiddelde aantal verschillende behandelend DBC specialismen per patiëntengroep weergegeven. Het geeft een indicatie van de mate van comorbiditeit en de samenhang met andere specialismen binnen of buiten de afdeling.

2.3

2.4

(*) Alle figuren bevatten fictieve data

Informatie van de belangrijkste productie zoals het aantal poliklinische bezoeken (dag) opnames, verpleegdagen en bedrijfstijd. Het gaf inzicht in de productie van wat er is gebeurd en hoe het wordt verdeeld tussen organisatorische niveaus en patiëntengroepen.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

Figuur 3.1 (*) toont de cumulatieve productie van het lopende jaar per patientengroep, zoals het aantal poliklinische bezoeken, (dag) opnames, verpleegdagen, de duur van de operatie. Het geeft inzicht hoeveel capaciteit tot nu toe ingezet en hoe deze is verdeeld over de patiëntengroepen. Het kan worden nagegaan in welke mate het gebruik van capaciteit was in lijn met de prioriteiten. Deze informatie kan ook worden gebruikt voor de planningsdoeleinden.

Figuur 3.2 (*) toont de belangrijkste productie per maand, zoals het aantal poliklinische bezoeken, (dag) opnames, verpleegdagen, en de duur van de operatie. Het biedt inzicht in het volumetrends in de belangrijkste productieparameters.

3.1

3.2

(*) Alle figuren bevatten fictieve data

Informatie over het proces van de zorg, zoals de gemiddelde duur van het verblijf, gemiddeld aantal poliklinische bezoeken, en de wachttijden voor de polikliniek en chirurgie.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

Figuur 4.1 (*) toont het gemiddelde aantal polibezoeken per patiënt, gemeten over een periode van twaalf maanden. De meetperiode wordt steeds één maand verschoven zodat de volumetrend in de loop van de tijd zichtbaar wordt.

Figuur 4.2 (*) toont de gemiddelde ligduur per patiëntengroep in de loop van de tijd. De gemiddelde duur van het verblijf werd gemeten over een periode van twaalf maanden. De meetperiode wordt steeds één maand verschoven zodat het volume trend in de loop van de tijd zichtbaar.

4.1

4.2

In figuur 4.3 (*) wordt de gemiddelde toegangstijd voor de eerste polikliniekbezoek per patiëntengroep weergegeven. Het doel van het AMC is dat de gemiddelde toegangstijd niet meer dan veertien dagen bedraagt voor hoog complexe behandelingen die specifiek bij het AMC moeten plaatsvinden.

In figuur 4.4 (*) wordt de gemiddelde wachttijd in weken voor de operatiekamers (OK) per patiëntengroep weergegeven. Voor oncologische chirurgie, het doel is dat binnen drie weken na afronding van het vooronderzoek, een operatie moeten hebben plaatsgevonden.

4.3

4.4

(*) Alle figuren bevatten fictieve data

Financiële informatie over de zorg producten, zoals kosten, opbrengsten, top vijf winstgevende / onrendabele verzorgingsproducten, en soorten kosten.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

In figuur 5.1 (*) worden de gemiddelde kosten en opbrengsten van de gevalideerde DBC’s per maand getoond. Het geeft inzicht in de financiële dekking in de loop van de tijd. De trend van de gemiddelde kosten kan inzicht geven in wat de mogelijke effecten op de kosten zijn van de efficiency maatregelen, zoals vermindering van het aantal verpleegdagen, poliklinische consulten en diagnose per patiënt.

Figuur 5.2 (*) geeft de cumulatieve kosten per patiëntengroep weer, uitgesplitst naar soorten kosten zoals polikliniek, kliniek, medicijnen, laboratorium, beeldvorming, etc. Het kan gebruikt worden als uitgangspunt voor het definiëren efficiëntie-maatregelen.

5.1

5.2

Figuur 5.3 (*) toont de tijdigheid en volledigheid van de DBC-registratie per patiëntengroep in het lopende jaar. Het gaat om het aandeel van de DBC’s, waarvan de diagnose en verwijzer worden geregistreerd door de artsen. Deze inzichten kunnen worden gebruikt om de registratie te verbeteren en versnellen van de facturering.

In figuur 5.4 (*) worden de cumulatieve kosten voor het gebruik van laboratorium en beeldvorming van het lopende jaar getoond uitgesplitst naar patiëntengroep. Het kan gebruikt worden als uitgangspunt voor het vaststellen van maatregelen om het gebruik van laboratorium en beeldvorming door artsen verminderen.

5.3

5.4

(*) Alle figuren bevatten fictieve data

Informatie over marktaandelen per medisch specialisme of patiëntengroepen in de regio of het hele land.